verdoving

Bij de gedachten aan een tandarts denken heel veel mensen aan de pijnlijke behandelingen die er uitgevoerd kunnen gaan worden. In veel gevallen is deze angst onterecht. Een tandarts zal, wanneer er een behandeling uitgevoerd moet worden die pijnlijk kan zijn, altijd aan de patiënt vragen of deze hierbij een verdoving wil hebben. In sommige gevallen worden de behandelingen alleen maar uitgevoerd wanneer er een verdovingsmiddel is toegediend.

De tandarts zal de verdoving toedienen in de vorm van een klein prikje. Is dat eenmaal gebeurt dan voelt men meestal geen pijn meer. Mocht dit toch het geval zijn dan zal de tandarts, indien gewenst, extra verdovingsmiddel toedienen. Op het moment dat de verdoving begint te werken dan kan de wang of lip van de patiënt dik aanvoelen. Ook heeft men het gevoel alsof men niet goed kan praten, eten of drinken. Na één of enkele uren na de behandeling zal dit rare gevoel langzamerhand verdwijnen. Mensen die bang zijn voor het verdovingsprikje kunnen de tandarts vragen om de plek te verdoven waar de injectie gaat plaatsvinden.

Tegenwoordig zijn de verdovingstechnieken sterk verbeterd in vergelijking met de lange injectienaalden en de ruwe werkwijze van vroeger. Slapeloze nachten door gruwelverhalen over pijnlijke injecties en brute tandenbeulen zijn ver verleden tijd. De naalden om een injectie te geven zijn erg dun en wordt, ook al is de naald lang, maar een heel klein stukje in het tandvlees geprikt. Het prikken voelt met nauwelijks nog, zeker wanneer de tandarts met zorg de verdovingsmiddelen inbrengt.

Reacties zijn gesloten.