mond tanden

Alle cellen die zich in het menselijk lichaam bevinden hebben voedsel nodig om te kunnen functioneren. De bloedsomloop verspreidt de voedingsstoffen door het lichaam nadat ze gedurende een langere tijd zijn bewerkt door het spijsverteringsstelsel. De grote moleculen waaruit de voedingsstoffen bestaan worden in kleinere deeltjes gesplitst zodat ze kunnen worden gebruikt door de cellen in het lichaam.

Het voedsel komt het menselijk lichaam binnen via de mond waar de aanwezige tanden en kiezen het fijnmalen. Bovendien wordt er een hoeveelheid speeksel aan toegevoegd. Door de bewegingen van de tong wordt het voedsel een aantal malen langs de tanden en kiezen gevoerd zodat het voedsel extra fijn kan worden gemaald en men het kan doorslikken. In de mond bevinden zich drie paren speeksel klieren die voor de aanmaak van speeksel zorgen.

Tanden bestaan uit drie delen: de kroon, de tandhals en de tandwortel. De kroon is het zichtbare gedeelte van de tand dat boven het tandvlees uitsteekt. Glazuur bedekt de kroon en beschermd het tandbeen en de tandmerg. De tandhals zit aan het tandvlees met daaronder de tandwortel die op zijn beurt weer vastzit in het kaakbeen. Bij de mens bestaat het melkgebit uit twintig gebitselementen en het blijvende gebit uit 32 exemplaren.

Het blijvende gebit is verdeeld over de boven- en de onderkaak. Onderaan zitten er 12 maaltanden die het voedsel vermalen met daarvoor de 8 voorkiezen die iets kleiner zijn maar dezelfde functie hebben De vier hoektanden kunnen het voedsel verscheuren. Terwijl de acht snijtanden het voedsel doorbijten.

Reacties zijn gesloten.