kronen

Het zichtbare bovenste gedeelte van een tand wordt de kroon genoemd. Dit gedeelte van de tand is een stuk kleiner dan het onzichtbare gedeelte met onder andere de tandwortel. De buitenkant van de kroon bestaat uit het tandglazuur. Een harde stof die het oppervlak van de tand of kies moet beschermen.

Naast deze natuurlijke kronen kan er ook sprake zijn van kunstmatige kronen. Dit is een kapje van metaal of porselein dat over een afgeslepen kies of tand wordt geplaatst en hierop wordt vastgelijmd. Een dergelijke kunstmatige kroon wordt gebruikt op het moment dat er niet voldoende houvast is voor een vulling als gevolg van tandbederf. Dit tandbederf heeft dan vaak een tamelijk groot gedeelte van de tand of kies aangetast. Men kan ook om cosmetische redenen kiezen voor het laten plaatsen van kunstmatige kronen op tanden of kiezen. Men kiest voor deze oplossing wanneer tanden en kiezen verkleurd of slecht gevormd zijn. Maar ook voor slechte kiezen vooraan in de mond worden vaak kronen gebruikt om ze er beter uit te laten zien.

De kunstmatige kroon en de reeds aanwezige tand of kies zijn beide van een ander materiaal gemaakt. Hierdoor kunnen ze bij warmte en kou een verschillende thermische uitzettingcoefficient hebben. Het gevolg is dat er spanningsverschillen op het dunne vlak van de composietlijm. Dit kan resulteren in het loslaten van de kunstmatige kroon. Of een kroon snel zal loslaten hangt onder andere af van de kwaliteit van de composietlijm in combinatie met het materiaal van de kroon.

Reacties zijn gesloten.