gaatjes

De aanwezigheid van gaatjes in de tanden en kiezen wordt ook cariës, tandbederf en vroeger zelfs tandwolf genoemd. Gaatjes kunnen ontstaan in tanden doordat de bacteriën, die zich bij iedereen in de mond bevinden, suikers en andere koolhydraten uit het voedsel omzetten in zuren. Dit zuur tast het glazuur van de gebitselementen aan en, indien dit biet wordt behandeld, zelfs het tandbeen en soms de tandwortel. Echter kunnen er ook gaatjes ontstaan door het zuur dat in voedingsmiddelen en dranken zit. Het beperken van deze producten zal het gebit daarom zeker ten goede komen.

De melkzuurbacteriën die hiervoor verantwoordelijk zijn komen bij iedereen en overal in de mond voor maar het meest zitten ze in het tandplak. Door dagelijks goed het tandplak weg te poetsen wordt de kans op het ontwikkelen van gaatjes in het gebit sterk verkleind.

Vooral voor een tandarts is het belangrijk om in te kunnen schatten hoe groot de kans is dat een patiënt gaatjes zal ontwikkelen. Een dergelijke inschatting kan op verschillende manieren gebeuren. De staat van het gebit: veel vullingen betekent een grotere kans op gaatjes. Mondhygiëne: zit er veel tandplak tijdens een controle dan is de kans op gaatjes eveneens groter. Speeksel: is er veel speeksel dan worden de tanden en kiezen hierdoor goed tegen gaatjes beschermd. Het dieet en het medicijngebruik van de patiënt kan ook veel vertellen over de kans op het krijgen van gaatjes. Gebruikt een patiënt tandpasta met fluoride dan zal het risico op het krijgen van gaatjes verminderen.

Reacties zijn gesloten.