flossen

Goede mondverzorging bestaat niet alleen uit grondig alle tanden en kiezen poetsen maar ook de ruimtes tussen de gebitselementen schoon maken. Dit kan door een tandenstoker te gebruiken of door het vuil tussen de tanden uit te flossen. Tandplak en eventuele etensresten worden op deze manier ook tussen de gebitselementen verwijder en kunnen de melkzuurbacteriën geen cariës en ontstekingen aan het tandvlees op deze plaatsen veroorzaken.

Voor het flossen gebruikt men een flossdraad. Dit is een zijden draad voorzien van een dun laagje was. Het beste is om, net als het tanden poetsen, elke dag te flossen. Lukt dit, om wat voor reden dan ook, niet floss dan twee keer per week extra goed. Vergeet echter nooit de moeilijk bereikbare plekken zoals die tussen de kiezen niet. Sommige mensen hebben het flossen van hun gebit in het dagelijkse schoonheidritueel ingebouwd en flossen bijvoorbeeld op het moment dat ze het bad vol laten lopen.

Voor het flossen mag men niet te zuinig zijn met het flossdraad. Neem ongeveer veertig centimeter per flossbeurt. Wikkel hiervan de uiteinden losjes om de vingers om het losschieten van de draad te voorkomen. Men brengt vervolgens de flossdraad voorzichtig tussen de tanden. Span vervolgens de draad rondom de tand of kies en beweeg de flossdraad zachtjes heen en weer. Herhaal dit bij elk gebitselement. Wanneer er na het flossen bloedingen optreden van het tandvlees dan dient men niet te stoppen met flossen maar juist door te gaan om zo het nu nog zwakke tandvlees te verstevigen.

Reacties zijn gesloten.