beugel tanden

Door het plaatsen van een beugel kunnen de tanden worden beïnvloed en komen ze op een juiste plaats te staan. Voordat de orthodontist de beugel plaatst wordt er eerst een behandelplan gemaakt omdat het voor iedereen een beugel net weer anders moeten worden geplaatst.

Door eerst röntgenfoto’s te maken kunnen niet alleen de zichtbare tanden maar ook de tanden die nog door moeten komen worden bekeken. Hierna volgt het zogenaamde “happen”. De patiënt hapt hierbij in vervormbaar materiaal zodat er een afdruk van het gebit ontstaat. Later wordt dit materiaal hard en zal er een gipsafgietsel van kunnen worden gemaakt.

Beugels zijn er in verschillende soorten, elk met een eigen functie. Doordat een beugel speciaal voor een gebit wordt gemaakt kan deze maar eenmalig gebruikt worden. De meest bekende beugels zijn de vaste- of blokjesbeugel, de plaatbeugel, de buitenboordbeugel en de retentiebeugel.

Bij de blokjesbeugel zit er op elke tand een blokje. Alle blokjes van de beugel zijn met elkaar verbonden door een metalen draad. Doordat deze draad druk op de tanden uitoefent worden deze naar achteren gedrukt. In sommige gevallen zitten er ook elastiekjes tussen de boven- en onderkaak. In tegenstelling tot de blokjesbeugel kan een plaatbeugel uit de mond worden gehaald en kunnen tanden er alleen mee worden gekanteld. Door de band aan de buitenboordbeugel worden de kiezen naar achteren getrokken door de groei van de bovenkaak te beïnvloeden. De retentiebeugel zorgt ervoor dat de tanden in de nieuwe stand (dus na het dragen van een beugel) vastgroeien.

Reacties zijn gesloten.